Roomboter is ‘vet’ gezond…

Roomboter is ‘vet’ gezond

image

Wanneer ik in de supermarkt voor de koeling met margarine en boter sta, weet ik echt niet welke ik moet kiezen: Becel light, Becel omega 3 plus, Blue Band goede start!, Blue Band goed idee!. Of zal ik gewoon voor het Albert Heijn huismerk gaan: AH Lekker op brood, AH Bewust of AH Bewust light? Ik ben wat dit betreft niet bepaald merktrouw en kom dus telkens met een andere soort thuis. Ze claimen allemaal ergens goed voor te zijn; de een voor de hersenen, de ander voor hart en bloedvaten en nog weer een ander geeft je een goede start. En…échte boter – ook wel roomboter genoemd – is eigenlijk nog het lekkerst, maar ja, vanuit gezondheidsoverwegingen laat ik die meestal staan. Want ‘vet is slecht’ horen we overal om ons heen.

Voor iedereen die eigenlijk het liefst roomboter zou willen smeren is er goed nieuws. Roomboter ís helemaal niet ongezond en kan dus weer lekker op brood gesmeerd worden. Misschien kun je zelfs beter boter op je brood smeren dan margarine, halvarine of een ander dieetsmeersel. Vet is namelijk niet slecht en de margarines zijn helemaal niet zo gezond als ze ons willen doen geloven. Door slimme marketing en onjuiste conclusies met betrekking tot oorzaken van hart- en vaatziekten is échte boter gedegradeerd tot ‘slecht’. Tijd voor revanche. Mocht je hier je bedenkingen over hebben, lees dan vooral verder en trek je eigen conclusies.

image

De introductie van de margarine

In de tweede helft van de 19e eeuw hebben de families Jurgens en Van den Bergh – twee groothandelaren in boter – in Oss een bloeiende exporthandel naar het Verenigd Koninkrijk. Kort na 1870 krijgen ze belangstelling voor een nieuw product: margarine. Ze beseffen dat dit in massa geproduceerd kan worden en als betaalbaar vervangingsmiddel voor boter kan dienen. Boter was namelijk een schaars goed in die tijd. In 1900 worden dan ook de eerste margarinemerken Vitello en Solo op de markt gebracht. In 1927 bundelen Jurgens en Van den Bergh hun krachten en vormen samen de Margarine Unie. Kort hierna gaan ze samen met de Lever Brothers uit het Verenigd Koninkrijk en vormen samen Unilever.

In de jaren ’20 van de vorige eeuw nam de vraag naar margarine echter weer af, omdat de boter weer betaalbaarder werd. In 1935 besluit Unilever om vitamine A en D toe te voegen aan margarine, zodat er net zoveel in zit als in boter en middels een campagne in 1938 werd het imago van de margarine (waaronder Blue Band) succesvol opgevijzeld. In 1961 wordt het Margarinebesluit ingesteld, om zo via een verplichte toevoeging van vitamine A en D de vitamine D status van de bevolking te verbeteren. Er was nu ‘officieel’ geen reden meer om margarine als inferieur te bestempelen.

image

Introductie Becel

De margarineverkoop kreeg in 1962 pas echt een flinke impuls door de introductie van het merk Becel. Unilever kreeg destijds vanuit de medische wereld het verzoek om een cholesterolverlagend product te ontwikkelen. Het idee dat verzadigd vet zou leiden tot hart- en vaatziekten had toen net wortel geschoten. Men had namelijk het idee dat veel verzadigd vet zou leiden tot een verhoogd cholesterolgehalte, dat op zijn beurt verantwoordelijk zou zijn voor plaque vorming in bloedvaten en daardoor tot hart- en vaatziekten zou leiden. Unilever ontwikkelde het cholesterolverlagende product Becel (Blood Cholesterol Lowering); een margarine met veel onverzadigde vetten (linolzuur, een omega 6 vetzuur). Aanvankelijk is Becel alleen verkrijgbaar bij de apotheek voor mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, maar vanaf eind jaren ’60 wordt het op grote schaal verkocht. De marketing was goed uitgedacht: met dit product kon men nu echt de concurrentie aangaan met boter, want vanwege de grote hoeveelheid plantaardige onverzadigde vetten was dit in ieders ogen een gezond alternatief voor boter en ‘harde margarines’.

Transvetten zeer schadelijk

De introductie van Becel was voor Unilever niet alleen mooi vanwege de extra omzet, maar leidde tevens de aandacht af van de mogelijke schadelijkheid van de aanwezige transvetten. Het procedé om margarine te maken bestond namelijk al vanaf het begin van de 20e eeuw uit het partieel harden van onverzadigde vetten. De onverzadigde vetten hebben van nature de eigenschap om vloeibaar te zijn. Om het toch goed smeerbaar te maken, werden deze vetten gehard. Als bijproduct geeft dit echter schadelijke transvetzuren. In de jaren ’50 ontstond er al een discussie over de schadelijkheid van transvetten, die Unilever niet ontgaan kan zijn. In plaats daarvan werd er gediscussieerd over verzadigde vetten die mogelijk oorzaak waren van hart- en vaatziekten. Pas in 1990 werd door de voedingsindustrie erkend dat transvetten erg schadelijk zijn voor hart en bloedvaten. En in 1995 kwam Unilever met een margarine met een aanzienlijk kleinere hoeveelheid transvet.

Bijna een eeuw lang hebben heel veel consumenten onwetend veel te grote hoeveelheden zeer schadelijk transvet binnengekregen. Zeeuws Meisje en Bona – bekende merken van Unilever – bevatten 20-27% transvetzuren! Maar ook andere merken, zoals Hollands Glorie en Blue Band bevatten veel transvetten. Deze producten van Unilever hebben de kosten van de Nederlandse gezondheidszorg lekker opgeschroefd. Onderzoekers van Harvard hebben geconcludeerd dat deze vetten hebben bijgedragen aan het optreden van ziekten van de kransslagaderen. Vóór de Eerste Wereldoorlog, toen kaas en boter een vast onderdeel van het voedingspatroon vormden, stierven mensen zelden aan trombose in de kransslagaderen. Niettemin brachten onderzoekers hartkwalen hardnekkig in verband met dierlijke vetten. Omdat boter uit dierlijk vet bestaat, hadden de margarinefabrikanten een mooi argument om hun producten als ‘beter voor het hart’ te bestempelen. (Hoe het precies zit met die schadelijkheid van de transvetten beschrijf ik in dit artikel.)

Omega 3 en 6 uit balans

Het is nooit bewezen dat je hartproblemen krijgt en dik wordt van boter en niet van margarine. Echter, hoe meer mensen margarine gingen smeren hoe meer hartziekten er opduiken. Is dit een causaal verband of een toevallige samenloop? Twee belangrijke essentiële vetzuren zijn omega 3 en 6 vetzuren. Ze zijn essentieel, omdat ons lichaam ze niet zelf aan kan maken en we dus afhankelijk zijn van onze voeding om ze binnen te krijgen. Linolzuur (LA) is een omega 6 vetzuur en is zeer rijkelijk aanwezig in plantaardige oliën. Alfa-linoleenzuur (ALA) is een omega 3 vetzuur. De omega 3’s zijn echter nogal zeldzaam in ons dieet. Ze worden traditioneel geleverd door vette vis en zeevruchten. De plantaardige oliën bevatten massa’s omega 6, maar de omega 3 zit alleen in sommige duurdere plantaardige oliën. Wat misschien nog belangrijker is in dit verhaal is dat verhouding waarin we deze essentiële vetzuren binnenkrijgen nog veel belangrijker is. De ideale verhouding omega 3 en 6 gaat van 1:1 tot 1:4. Een grotere inname van omega 6 werkt zelfs de opname van de aanwezige omega 3 in het lichaam tegen.

Waarom nou dit verhaal over essentiële vetzuren? Door de agressieve promotie van goedkope plantaardige vetten is de linolzuur (omega 6) zwaar oververtegenwoordigd in onze voeding en dus het aandeel omega 3 enorm ondervertegenwoordigd. Internationaal vetzuurspecialist dr. Mary Enig geeft aan dat veel linolzuur hartinfarcten uit kan lokken, maar ook tal van andere aandoeningen waaraan ontstekingsprocessen en afwijkingen van het immuunsysteem ten grondslag liggen, zoals reuma, astma en kanker. Verder verlamt een onnatuurlijke hoeveelheid linolzuur het immuunsysteem. Zonnebloemolie is nog een poos met succes toegepast bij transplantatiepatiënten. Door het immuunsysteem te verzwakken, worden de afstotingsverschijnselen onderdrukt. Ook worden lichaamscellen vanaf een ratio 1:4, dus vier keer meer linolzuur dan alfa-linoleenzuur, minder gevoelig voor het bloedsuikerregulerende hormoon insuline, wat weer diabetes tot gevolg kan hebben.

Inmiddels krijgen we zoveel linolzuur binnen, dat de balans volledig zoek is. In een land als Nederland wordt 20-30 keer meer linolzuur dan alfa-linoleenzuur geconsumeerd. Ook de consumptie van margarines draagt hier een steentje aan bij. Pas de laatste tijd wordt er ook omega 3 aan een aantal margarines toegevoegd, maar tot die tijd bestonden de margarines alleen uit linolzuur. Ook nu er wel omega 3 aan toe wordt gevoegd, is de verhouding niet om over naar huis te schrijven. Ik kan mij niet voorstellen dat de margarineproducenten hier niet van op de hoogte zijn. Het kan zijn dat ze hier liever niet teveel ruchtbaarheid aan geven, omdat een margarine of olie met een evenwichtige verhouding namelijk veel duurder is. En de consument? Die krijgt al jaren veel te veel ‘gezond’ linolzuur binnen.

image

Introductie van Becel pro-activ

In 2000 lanceert Unilever het paradepaardje Becel pro-activ. Het is zeker een succes geworden, want pro-activ is inmiddels het bestverkochte cholesterolverlagende voedingsmiddel ter wereld. Waren het in 1962 nog de plantaardige vetten die in Becel de cholesterol moesten verlagen, bij Becel pro-activ zijn het de toegevoegde plantensterolen (een vorm van cholesterol) die het ‘slechte’ cholesterol verlagen. Op de site van Becel staat vermeld dat dit product het LDL-cholesterol actief verlaagt bij gebruik van 3 porties per dag (waarbij 1 portie goed is voor 2 boterhammen). Op hun site waarschuwen ze dat dit product uitsluitend bedoeld is voor mensen die een hoog cholesterol hebben en niet voor personen met speciale voedingsbehoeften, zoals zwangeren, vrouwen die borstvoeding geven en kinderen onder de 5 jaar.

Verder lezen > >

Bron:  www.sanova.nl

Advertenties